Het klaarmaken van peulvruchten is buitengewoon eenvoudig

“Gedroogde peulvruchten klaarmaken duurt ontzettend lang”, is een veelgehoord excuus om niet te koken met bonen. En, ja, het klopt dat de voorbereiding even iets is wat je in gang moet zetten. Maar het grootste gedeelte van de tijd kun jij lekker andere dingen doen, omdat de boontjes het harde werk verrichten. In feite is het bereiden van gedoogde peulvruchten kinderlijk eenvoudig, dus laat je vooral door de duur niet tegenhouden!

Ze staan al tijden in je keukenkastje en je had er prachtige plannen mee: lekkere hummus met pesto of wellicht een glutenvrije chocoladetaart voor de verjaardag van een vriendin met coeliakie. Het is er nog niet van gekomen, om met die kleine ronde boontjes aan de slag te gaan, en eerlijk gezegd heb je er ook geen tijd voor gehad (denk je). Laat dat denken aan je drukke agenda maar achterwege en pak dat zakje met gedroogde bonen of erwten maar uit je kastje. Het enige wat je wel op tijd moet bedenken is dat je morgen, of aankomende week, bonen wilt eten. Het is tijd, en dit is wat je gaat doen:

busy schedule

Stap 1: een kind kan de was doen

Was de boontjes even goed in een vergiet. Zo verdwijnen eventuele takjes of kleine steentjes die zijn achtergebleven in het traject van grond naar supermarkt. Dit is ook het moment om slecht uitziende, of beschadigde exemplaren eruit te vissen.

Stap 2: in de week leggen

Doe nu de peulvruchten in een grote kom, pan of weckpot met voldoende water. Hiervoor heb je ongeveer 3 keer zoveel water nodig als gedroogde peulvruchten. Gewoon koud kraanwater is prima. De bonen kunnen op het aanrecht blijven staan. De meeste gedroogde peulvruchten (linzen hoef je niet te weken) moeten tenminste 8 uur weken, maar langer (tot wel 24 uur) is geen probleem.

Waarom weken? Weken is een belangrijk onderdeel van het bereiden en eten van bonen. Allereerste verkort weken de kooktijd, wat ook goed is voor het milieu omdat je minder gas nodig hebt voor de bereiding. Dat is dus alvast twee keer winst: voor je agenda en voor het milieu. Daarnaast is weken ook heel belangrijk omdat het de voedingswaarde goed doet. Geloof het of niet, maar die prachtige, voedzame knikkers bevatten ook enkele anti-nutriënten. Dat zijn stoffen die onze gezondheid nadelig beïnvloeden, zoals lectinen, fytinezuur en saponinen. Hierover zou ik een volledige blog kunnen schrijven, maar het goede nieuws is dat weken, in tegenstelling tot koken, de nadelige gevolgen van deze anti-nutriënten vrijwel tenietdoet. Dat geldt zeker voor lectinen en fytinezuur. Geef die boontjes dus lekker de tijd om te zwemmen!

Stap 3: laat je niet van de kook brengen

Zijn ze mooi gegroeid? Dan is het tijd om te koken. Hiervoor is niks meer nodig dan de geweekte bonen, een grote pan, water en natuurlijk een fornuis. Vul een pan met de geweekte bonen en een ruime hoeveelheid water, ongeveer twee vingerkootjes meer dan er bonen in de pan zitten. Breng dit aan de kook op redelijk hoog vuur, en zet zodra het kookt het vuur heel laag, zodat het net blijft pruttelen. Je kunt er eventueel een halve deksel opleggen. Check regelmatig of je bonen al gaar beginnen te worden en of er nog voldoende water in de pan zit. De kooktijd is afhankelijk van de grootte van de boon, maar ook van de tijd dat de boon in gedroogde vorm bewaard is geweest, en kan dus variëren: ongeveer 45-90 minuten.

Smaakmakers hoef je niet toe te voegen, maar het kan wel. Denk bijvoorbeeld aan een laurierblaadje, een paar takjes tijm of een teentje knoflook. Dat hangt allemaal af van het gerecht dat je met de bonen gaat maken nadat ze gekookt zijn. Zout kun je in dit stadium beter niet toevoegen, omdat dat de schilletjes van de bonen beïnvloed. Ze worden er zachter van, en sommige bonen koken daardoor eerder stuk.

Gaar?

Zijn ze lekker zacht? Dan zijn ze nu klaar om te gebruiken in je chili, hummus, soep, salade of wat je dan ook maar in gedachte had. Een goed idee is om altijd een grote voorraad te maken, want je kunt de gare bonen in hun kookwater nog best een weekje bewaren in de koelkast. Zo kun jij in een paar tellen een lekkere lunch maken om mee te nemen naar je werk, of een romige spread voor op de boterham, bijvoorbeeld.

[Top]